Liefde voor de kraamzorg

mei 2018

Talloze kraamverzorgenden geven er blijk van ‘de liefde voor het vak’ en ‘je gaat niet in de zorg om er rijk van te worden’. Ongetwijfeld woorden recht uit het hart en uitgesproken met compassie voor de gezinnen die met en kort na de geboorte van een nieuweling op hun kop staan en dringend richting en advies nodig hebben.

Het wordt wat vreemd als je met deze houding de rechtvaardige wens voor een eerlijke loonverdeling teniet doet.

Begin vorige eeuw begon het op te vallen, veel rijken die door de industrialisering steeds rijker werden, huizen als kastelen bouwden en niet schroomden om arbeiders letterlijk te knechten. Tot wijze mensen in onze regering het inzicht verworven dat dit niet zo verder kon. De wet op de cao vorming, niets meer of minder dan het recht van werknemers om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden, werd een feit.

De ‘liefde voor het vak’ kan er zijn omdat die onderdrukking en uitbuiting al bijna 80 jaar achter ons liggen. Ook zijn werkgevers in de zorg niet langer stuitend rijk. Tenminste als we de vereniging van werkgevers mogen geloven.

Niet rijk worden omdat je in de zorg werkt is geen schande, de roeping om goed te doen blijft voor velen klinken en is sterker dan betere arbeidsvoorwaarden elders.

Echter, de werkgevers bedingen bij verzekeraars en particuliere klanten steeds hogere vergoedingen, in de afgelopen drie jaar tot ruim acht procent. Daarvan kunnen we vaststellen dat er niets is terechtgekomen bij de hardwerkende kraamverzorgenden. Als we naar de huidige voorstellen kijken voor de cao die er al sinds januari had moeten zijn (!) dan wordt het alleen maar slechter.

En daarmee komt de rechtvaardigheid van de loonverdeling in de bedrijven in de knel, dan leiden de hogere tarieven die door verzekeraars aan kraamzorg ondernemers worden verstrekt niet tot eerlijke verdeling maar naar steeds meer geldhonger bij de bedrijven.

En daar kan geen ‘liefde voor het vak tegenop’ en daarom zijn de werkgeversvoorstellen een kwelling

Tantalus