Warme overdracht in de praktijk

Juli 2018 

Hoe belangrijk is het om samen te werken rondom de zorg voor gezinnen maakt Annelies duidelijk in haar blog over de warme overdracht en het zogenaamde "niet pluis gevoel". Het maakt mooi duidelijk dat zorg verlenen een proces is dat je iedere keer weer moet aanpassen aan de mogelijkheden en tempo van degene die de zorg nodig hebben. Dat samenwerken ook bestaat uit samenwerken met de zorgvragers, de clienten. Soms zou je sneller willen gaan maar is vertrouwen en weten dat ieder stapje, hoe schijnbaar klein ook, kan meehelpen aan een veilige en goede jeugd voor kindern en hun ouders. 

Na op wacht te hebben gestaan voor een bevalling ga ik naar een gezin wat thuiskomt na een bevalling in het ziekenhuis.

Het is het 4e kindje, 3e kindje van mevrouw en 2e kindje van meneer. Een meisje van 8, een jongetje van 6 en van 4 en dan nu de baby. De baby krijgt flesvoeding. Alle 4 de kinderen wonen in dit gezin. Verder geen bijzonderheden.

Ik kom binnen en meneer is heel stug en mevrouw is wat minder stug, maar iets van hartelijkheid zit er ook niet in. Het huis is netjes en verzorgd. De kinderen zijn naar school. Ik probeer een gesprek te beginnen en zowel meneer als mevrouw zijn niet heel spraakzaam en geven op mijn vragen het hoognodige antwoord. Dan gaat meneer even weg en ik probeer iets meer uit mevrouw te krijgen. Dit probeer ik op een positieve manier en probeer een gesprek over de bevalling en de baby te krijgen. De kraamvrouw reageert nors en onaardig, zij geeft aan dat zij niet weet of ze de baby wel leuk vind. Ik ben even verbijsterd en probeer de juiste woorden te vinden. We praten nog wat, ik meer dan de kraamvrouw en begin dan maar met een praktische aanpak. Maak de kraamkamer in orde, zet de spullen voor de baby klaar, maak het wiegje op, doe gekookt water in de kruiken en leg deze in de wieg. Ik neem de baby van mevrouw over en meet zijn temperatuur. De baby is een beetje koud en ik leg hem met 2 kruiken in zijn bedje.

Ik doe mijn ding en zorg dat mevrouw in bed komt. De andere kinderen komen uit school, ik verzorg ze door middel van een lunch en wat aandacht en mevrouw wil dat de kinderen beneden blijven. Inmiddels is de kraamheer weer thuisgekomen en die zorgt dat de kinderen zelf naar school gaan. De kinderen hebben hun moeder en de baby niet gezien of gesproken.

Ondertussen moet de baby weer een flesje en ik haal hem uit zijn bedje. Er liggen geen kruiken in het bedje en ik bedenk me dat ik wat alerter moet zijn op de kruiken. Ik temperatuur hem en zijn temperatuur zit op het randje, 36,5. Dan geef ik de baby aan zijn moeder om hem te laten drinken. Moeder heeft weinig interesse en nadat het flesje leeg is geeft ze hem gelijk weer aan mij. Omdat de baby een beetje koud is, vraag ik of zij de baby op wil warmen door bloot op bloot te laten leggen. Tevens denk ik meteen dat dit goed voor de hachting zal zijn. Zij weigert resoluut. Na hem even geknuffeld te hebben leg ik hem terug in bed en leg een nieuwe warme kruik op de dekentjes om de baby wat warmer te laten worden. De middag rommel ik wat door, de kinderen komen uit school, zitten wat stil op de bank naast elkaar. Zij mogen van vader niet naar boven naar hun moeder. Ze praten niet erg, zijn erg braaf, niet vervelend, en bewegen niet echt. Er wordt niet gevraagd, laat staan gezeurd, of ze naar de baby mogen, er zit eigenlijk niet veel leven in. Aan het eind van de middag neem ik de baby uit zijn bedje om hem te verschonen en weer ligt de kruik er niet in. Dan geef ik de baby aan zijn moeder met het flesje en ik geef de ouders wat tips en adviezen en druk ze op het hart om een kruikje bij de baby te leggen. Daarna ga ik met een naar gevoel naar huis.

De volgende dag is het een beetje hetzelfde met dat verschil dat de jongste van de drie, vrij heeft en vader naar zijn werk. Ik vind het wel gezellig dat de jongste thuis is. Hij keuvelt wat achter me aan en als we beneden zijn zonder moeder of vader is hij ook wat spraakzaam. De moeder heeft nog steeds niet zoveel interesse in de baby en in de rest. De baby blijft een beetje koud en ik leg wederom een kruikje bij hem. Ik vraag de moeder of hij 's nachts een kruikje heeft gehad. Zij bevestigt dit, maar ik twijfel. Samen met het jongetje wat thuis is haal ik de andere kinderen uit school, maak een lunch en breng ze weer naar school. De oudste twee blijven een beetje gereserveerd. Het jongetje van vier is moe en ik zet hem even voor een filmpje op de tv, hierdoor valt hij in slaap en ik laat hem maar even slapen. Ik maak in die tussen tijd fruit voor allemaal, doe het sanitair en draai een was. Ik maak het mannetje wakker, geef hem wat drinken en samen halen we de andere kinderen op. Als we thuis komen trekken de kinderen hun jas en schoenen uit en gaan weer op de bank naast elkaar zitten. Ik probeer ze mee naar boven te krijgen om de baby wakker te maken voor een flesje, maar geen een van de kinderen wil mee naar boven. Als ik de baby uit de wieg pak zie ik dat het kruikje er weer niet ligt. Ik weet zeker dat ik het kruikje er nu neer gelegd heb, want toen ik hem in bed legde, deed ik dat heel 

bewust, omdat ik aan mezelf twijfelde. Ik vraag aan moeder of zij de kruik steeds weg haalt en zij ontkent. Dit was raar, de kinderen zijn niet boven geweest, vader is weg, ik heb de kruik zeker in het wiegje neergelegd. Ik leg moeder nogmaals uit waarom de kruik belangrijk is en hoop dat ze de kruik bij hem laat liggen. Aan het eind van de dag ga ik met een bezorgd gevoel naar huis.

's Avonds thuis overdenk ik de dag en kan mijn vinger niet op de zere plek krijgen. Moeder is chagerijnig, maar ik heb niet de indruk dat ze depressief is, eerder niet gelukkig. Vader is een onaardige man, zowel tegen zijn vrouw, zijn kinderen, maar ook tegen mij en de verloskundige. Het is een potentaat, alles moet op zijn manier gebeuren. De kinderen zijn te braaf en thuis heel passief. Dan de baby, eten krijgt hij wel op tijd, hij wordt ook verschoond, maar de kruik die hij zo nodig heeft, die wordt steeds weggehaald. Maar een knuffel of aandacht, dat zie ik ook niet. De kinderen hebben geen interesse in de baby of durven het niet te uiten. Ik weet het niet, maar er heerst een koude sfeer.

De volgende ochtend kom ik aan en de vader begint meteen tegen me te tieren, hoe ik het in mijn hoofd haalde om de jongste voor de tv te zetten en in slaap te laten vallen. Even deins ik achterover, maar wie mij kent weet dat dat niet lang duurt. Wat denkt die man wel. Ik zeg op mijn vriendelijkste manier goedemorgen, vertel hem heel kalm dat het mannetje moe was, dat het filmpje uit zijn eigen kast kwam en dat als hij vanmiddag weer moe is, hij van mij even mag zitten en bij mag komen.

Ik zie dat ik de vader overrompel en ga naar binnen, hem in de gang achterlatend. In mijn hoofd moet ik lachen, want dat had hij niet verwacht, dat iemand hem tegen gas geeft. Tevens ben ik best een beetje bang dat hij mij de deur wijst, maar dat gebeurt niet.

Ik doe mijn werk, probeer met moeder een gesprek te krijgen, maar dat wil niet lukken. Ik modder de hele dag door en vind de kinderen heel zielig. Er is geen warmte in dit gezin. Ze krijgen het niet van moeder, maar ook niet van vader. Met de oudste twee probeer ik wat contact te krijgen, maar dat lukt niet echt goed, jongste hangt aan mij en wil niet meer naar zijn vader of moeder als ik er ben. De baby probeer ik zoveel mogelijk aandacht te geven door middel van wat praten, knuffelen en aaien. Dit alles vind ik verontrustend.

Na een dag of 5 besluit ik dit met de verloskundige te overleggen. Ook zij heeft ditzelfde ervaren. We besluiten dat er met moeder over gesproken moet worden en deze schone taak
is voor mij, omdat moeder naar mij toe, net iets spraakzamer is dan naar haar toe.

Ik uit mijn zorgen op een heel vriendelijke, maar duidelijke manier. Moeder is het totaal onverwacht met me eens wat het gesprek makkelijker maakt. Ik leg haar uit dat we ondersteuning kunnen vragen bij de jgz (jeugdgezondheidszorg). Zij wil dit wel, maar zij wil het niet met haar man bespreken. Dus ook deze schone taak voor mij. Zoals verwacht wilde hij hier niets van weten en ik vertelde hem, dat de verloskundige en ik wel deze overdracht naar de jgz zouden doen. Of hij het er wel of niet mee eens is, maakte ons niet zoveel uit, maar ik vertel hem dat wij openkaart spelen.

Op zo'n moment geef je in de overdracht naar het consultatiebureau aan dat je je zorgen maakt over de kinderen. Dat je niet weet wat er in dit gezin speelt, maar dat je onderbuik-gevoelens hebt die je niet kunt plaatsen.

Hier hoor je natuurlijk nooit meer iets van, maar je hoopt dat dit gezin hulp heeft gekregen en aanvaard. En dan hoop je dat ze met deze hulp een fijner leven krijgen.
'

juli 2018