Positie kraamzorg in geboortezorg: tussenstand 2017

Augustus 2017 - Dat wij vooral het uitvoerend werk doen in de geboortezorg samen met de verloskundigen zal niet snel veranderen. Van de ongeveer 15.000 zorgprofessionals zijn er een kleine 10.000 werkzaam in de kraamzorg. Ongeveer 2000 zijn verloskundige en de rest is werkzaam als verpleegkundige, gynaecoloog of andere medische specialist. Vanaf dit jaar worden plannen gemaakt over hoe en waar we ons werk in de kraamzorg gaan uitvoeren, dit zal meer in formele of informeel georganiseerde samenwerking met de verloskundigen en gynaecologen gaan plaatsvinden: Integrale geboortezorg is de naam van deze samenwerking die kwaliteit en continuïteit van geboortezorg beter moet maken. Het worden spannende tijden en eist dat wij als kraamverzorgenden georganiseerd in de NBvK blijven zorgen dat er niet alleen over ons gepraat en besloten wordt maar dat wij ook meedoen. De NBvK zit overal bovenop en probeert waar mogelijk beleid te beïnvloeden en bij te sturen.

Integrale geboortezorg anno 2017

Wat de invoering van integrale geboortezorg voor de kraamzorg gaat betekenen is nog niet helemaal duidelijk. Zijn er straks grote  geboortezorgorganisaties die in handen zijn van ziekenhuizen en verloskundigen? En hoe gaan die dan om met de kraamzorg? Gaan ze zelf kraamverzorgenden in dienst nemen en krijgen we hele nieuwe kraamzorgwerkgevers? Of gaan deze organisaties samenwerken met kraamzorgorganisaties en zo ja, met welke en hoe? Krijgen kraamverzorgenden zelf de mogelijkheid om over de manier en de plaats waar ze gaan/kunnen werken mee te praten of wordt alles voor ze besloten en wat heeft dat dan voor gevolgen voor de inhoud van ons vak? Blijft thuiskraamzorg bestaan of gaat een deel van de kraamzorg naar het ziekenhuis of geboortekliniek? Hoe gaan we zorgen dat iedere kraamvrouw de zorg krijgt die nodig is en niet die er toevallig is? En wat willen kraamvrouwen zelf van de kraamzorg? Allemaal grote vragen en items waar we de komende jaren mee aan het werk gaan. Als NBvK doen we dat niet alleen. We besturen mee in het Kenniscentrum en hebben regelmatig overleg met BO Geboortezorg als het over de kraamzorgsector gaat. Bo Geboortezorg vertegenwoordigt de werkgevers, wij de werknemers en professionals. In het Kenniscentrum werken we samen aan het vastleggen van de inhoud van het vak. Via het ontwikkelen en verzamelen/bijhouden van wetenschappelijk onderzoek, protocollen, het kwaliteitsregister en geaccrediteerde scholingen wordt zo door de kraamzorgsector samen gezorgd voor een zeer goed georganiseerde en kwalitatief goed geschoolde beroepsgroep binnen de geboortezorg. De NBvK bewaakt ook daar de belangen van de (individuele) professionals.

 

Terugblik  en tussenstand zomer 2017

Vorig jaar hebben we te maken gekregen met de invoering van de integrale geboortezorg. In eerste instantie wilde de minister dit gekoppeld invoeren aan de integrale financiering van de geboortezorg. Groot protest van onder andere de kraamzorg (NBvK), verloskundigen en de cliënten (Keer Het Tij) heeft gezorgd dat de wijze van regionale samenwerking (integrale geboortezorg) niet gekoppeld hoeft te worden aan integrale financiering.

 

Hoe verder?

De wijze van financiering blijft een regionale keuze en er kan dus gekozen worden voor het oprichten van een integrale geboorteorganisatie waar kraamzorg, verloskunde en ziekenhuis opgaan in 1 organisatie die een contract met een verzekeraar afsluit (integrale financiering) maar het kan dus ook zijn dat er wel wordt samengewerkt maar dat kraamzorg, verloskundigen en ziekenhuizen afzonderlijk contracten afsluiten met verzekeraars. Het kan zelfs zo zijn dat er een geboortezorgorganisatie actief is in een regio maar ook los daarvan nog verloskundigen en kraamzorg in de eerste lijn blijven werken. Dit is afgelopen juni in een Algemeen Overleg in de Tweede Kamer nog eens extra bevestigd door de minister. Kijk het debat terug

 

Samenwerking via de zorgstandaard is verplicht!

Waar de minister  (en de meerderheid van de Tweede kamer) wel erg duidelijk over was, is dat zij vindt dat regionale samenwerking de komende jaren concreet  moet worden vormgegeven en gaat plaatsvinden door de invoering van de zorgstandaard. Omdat de sector daar vorig jaar nogal veel moeite mee had heeft ze het vaststellen en invoeren onder regie gebracht van het Zorginstituut Nederland. Ook al blijft iedereen onafhankelijk en apart van elkaar declareren aan zorgverzekeraars, alle geboortezorgprofessionals zijn dus wel verplicht om met elkaar afspraken te maken over hoe er wordt samengewerkt en hoe samen de regionale kwaliteit en continuïteit wordt gewaarborgd én hoe de keuzevrijheid en mogelijkheden van kraamvrouwen in stand worden gehouden.  Daarvoor is vorig jaar de Zorgstandaard vastgesteld die middels integrale geboortezorg dus regionaal en op maat worden ingevoerd. Deze Zorgstandaard beschrijft alle zorg die geboortezorg bevat en geeft ook de verantwoordelijkheden van de diverse beroepsgroepen weer. De kraamzorg wordt daar ook in beschreven. Werken met de Zorgstandaard is dus nu wettelijk verplicht voor zorgprofessionals, hoe ze dat doen daarover is (nog) niets wettelijk vastgelegd.  De minister heeft in de debatten vorig jaar en dit jaar met de Tweede Kamer maar ook met de geboortezorgprofessionals steeds aangegeven de professionals de tijd en ruimte te willen geven dat zelf te organiseren. Dit gebeurd  met begeleiding van het door het ministerie gefinancierde College Perinatale Zorg dat wordt bestuurd door vertegenwoordigers van kraamzorg, verloskundigen, gynaecologen, ziekenhuizen en cliënten. Ook de NBvK wordt daar vertegenwoordigt door een door BO Geboortezorg voorgedragen bestuurder. Ieder kwartaal overleggen wij als kraamzorgsector, samen met BO, het Kenniscentrum Kraamzorg en de bestuurder van het CPZ over de ontwikkelingen  binnen de sector. Zie voor meer informatie en voor het volgen van alle ontwikkelingen op Kennisnet Geboortezorg en de Facebook-pagina van College Perinatale Zorg.

 

Wat is er tot nu toe gebeurd in 2017?

Er is afgelopen half jaar niet veel gebeurd. Het CPZ is vooral bezig geweest met de interne bemanning en er is veel aandacht geweest voor het ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren waar regionaal de resultaten en kwaliteit van de geboortezorg mee gemeten kan worden. Regionaal zijn een aantal initiatieven op het gebied van samenwerking op gang gekomen maar wij merken daar als kraamzorg nog heel weinig van omdat het vooral gaat om het verdiepen van de samenwerking tussen de verloskundige kring en het regionale ziekenhuis binnen de regionale VSV (Verloskundige samenwerkingsverbanden). We zien wel dat met name de grote dominante kraamzorgorganisaties meepraten in deze VSV's. Zij vertegenwoordigen vaak de regionale kraamzorgorganisaties die zich hebben georganiseerd in een Kraamzorg Samenwerkingsverband (KSV). Helaas zien we dat kleinere kraamzorgorganisaties en met name de zzp-ers buiten de deur worden gehouden van zowel de KSV als de VSV. We zijn als NBvK druk bezig met dit in kaart brengen met behulp van de zzp-ers in het hele land. En werken hier samen met Kraamzorg 1op1 en formele samenwerkingsverbanden van zzp-ers. Wat ons verder opvalt is dat de regionale plannen over de invoering van de zorgstandaard  nog nergens klaar zijn en dat samenwerkingsafspraken die er zijn zonder overleg met de kraamverzorgenden zelf tot stand komen. Dat zien we in de wijze waarop zzp-ers niet betrokken kunnen worden maar ook dat kraamverzorgenden die in loondienst werken steeds vaker overvallen worden door plannen die gemaakt zijn over bijvoorbeeld assisteren bij bevallingen in een ziekenhuis of het ineens 24 uur per dag kraamzorg moeten verlenen omdat mensen ook 's nachts met ontslag gaan. Ook ontbreekt het aan goede informatie aan de kraamprofessionals zelf over afspraken in beleid etc. Dit maakt ons erg ongerust. Wij inventariseren alle signalen en alle ontwikkelingen en zullen deze de komende tijd inbrengen in de landelijke overleggen met de sector/CPZ en de politiek.